Afrikaans en Nederlands werden officieel tot diep in de twintigste eeuw als dezelfde taal gezien. Datzelfde geldt nog steeds voor het Vlaams en het Nederlands, maar het Afrikaans is vandaag de dag een zogenaamde dochtertaal van het Nederlands. Hoewel de sprekers van de twee talen elkaar tot op zekere hoogte kunnen verstaan, is duidelijk dat ze zich heel verschillend ontwikkeld hebben sinds dat de eerste Nederlandstalige kolonisten voet aan wal zetten op Kaap de Goede Hoop halverwege de zeventiende eeuw: een seekoei is een nijlpaard en een kameelperd een giraffe, maar een bromponie is een scooter en een spoedvark een wegpiraat. Van zeker zeven taalontwikkelingen zou ik wensen dat ze óók in het Nederlands hadden plaatsgevonden omdat ze te leuk of juist superhandig zijn. Maar eerst: hoe klinkt dat Afrikaans nu eigenlijk?

1. Woorden die er niet omheen draaien

Sommige Afrikaanse woorden blinken uit in eenvoud en draaien er niet omheen waarvoor iets bedoeld is, zoals de gaatjesdrukker (perforator), de
driehoekiedoekie (bikini), de moltrein (metro) of de vistenk (aquarium). In het hospitaal (hier is het Nederlands weer explicieter in) kan je met de hysbak naar de afdeling met de snydokters (chirurgen), maar je vindt daar geen vryfdokters (masseurs). Die laatste helpt je misschien wel van de skeelhoofpyn (migraine) af na dat potje muurbal (squash) in de naweek (weekend).

Soms weet het Afrikaans juist ook weer heel goed te verdoezelen wat er éigenlijk bedoeld wordt, zoals uitslaap gaan voor vreemdgaan. Iemand die vreemdgaat wordt weer een poesboef genoemd, maar een vrijgezel is een loslappie. Wist je dat de penis in het Afrikaans plesierspier genoemd wordt, sperma saaddiertjes en de vagina koek?


2. Dubbele ontkenningen
Resultado de imagen de "nooit geen"

In het Nederlands hebben we ze stiekem ook, alleen worden ze niet als correct beschouwd: dubbele ontkenningen. Met name nooit is een hardnekkige: hij heeft nooit geen antwoord gegeven of zij is daar nooit niet geweest. De dubbele ontkenning zien we terug als standaardtaal in het Spaans en Frans, maar ook in het Afrikaans: hy het dit nie gedoen nie (hij heeft dit niet gedaan). In vele dialecten in Nederland zijn dubbele ontkenningen heel normaal en het is mogelijk dat de dubbele ontkenning in het Afrikaans vanuit een of meerdere van die dialecten is overgenomen. Maar als er zoveel Nederlandse dialecten met dubbele ontkenning zijn, waarom is het dan hier geen standaardtaal?


3. Niet de of het, maar die en dit
Resultado de imagen de afrikaans

Menig niet-moedertaalspreker van het Nederlands blijft er altijd moeite mee houden: de-woorden en het-woorden. In het Afrikaans wordt dat verschil allang niet meer gehandhaafd en zijn er alleen nog maar de-woorden. Of eigenlijk die-woorden, want die is het lidwoord dat in het Afrikaans gebruikt wordt voor alle zelfstandig naamwoorden.

Als die al gebruikt wordt als lidwoord, moet er natuurlijk een ander woord gebruikt worden om iets aan te wijzen op afstand. In plaats van die of dat gebruik je in het Afrikaans daardie en in plaats van deze of dit wordt hierdie gebruikt. Dit heeft in dit schouwspel de rol van het overgenomen en zo is het een heerlijk eenduidig doch duidelijk systeem van veel minder lidwoorden en aanwijzende voornaamwoorden dan we in het Nederlands gewend zijn.


4. Geen t, d of dt
Resultado de imagen de dt fouten
Illustrator: Jonas Geirnaert

Het Nederlands heeft gelukkig niet zoveel werkwoordvervoegingen als bijvoorbeeld het Italiaans, maar met bijvoorbeeld ik vind, hij vindt en wij vinden hebben we toch regelmatig problemen om wel of geen t te schrijven. Om over willen nog maar te zwijgen: is het nou jij wilt of jij wil, en hoe zit dat eigenlijk bij u? In het Afrikaans worden werkwoorden niet vervoegd, daar is gewoon alles dezelfde vorm die meestal dezelfde is als de Nederlandse ik-vorm: ek loop, jy loop, ons loop, julle loop…  Wel zo makkelijk!


5. Hullie
Resultado de imagen de hun hebben
Illustrator: Frank Landsbergen

Hullie hebben hoor je soms nog terug in het Rotterdams, maar net als in de rest van Nederland is ook daar hun hebben de strijd keihard aan het winnen van zij hebben en is het slechts een kwestie van tijd tot hun als onderwerp correct Nederlands is. Hullie heeft het dan misschien niet gered in Nederland op nationaal niveau, maar in Zuid-Afrika is zowel jullie als hullie verbasterd tot julle en hulle. Het Afrikaans kon sy alleen nog maar voor enkelvoud gebruiken omdat alle werkwoordsvervoegingen gelijk zijn en dus moest hulle wel meervoud zijn. Ergens pleit dat eerder voor dan tegen het vervangen van zij voor hun in het meervoud in het Nederlands. En het verschil tussen hun en hen? Ook daar liggen sprekers van het Afrikaans niet van wakker (en de sprekers van het Nederlands trouwens ook niet).


6. Verleden tijd

In het Nederlands is de verleden tijd vooral lastig als het op de sterke werkwoorden aankomt, zeker voor wie Nederlands niet de moedertaal is: ik loop, ik liep, ik heb gelopen of ik schrijf, ik schreef, ik heb geschreven… In het Afrikaans bestaan sterke werkwoorden bestaan simpelweg niet! Het werkwoord wees (zijn) is de enige uitzondering op deze handige regel.

In het Afrikaans gebruik je in principe de voltooide tijd om dingen in het verleden aan te duiden: ek het geloop, ek het geskryf. Je gebruikt altijd het werkwoord (hebben) in de vorm van het en daarachter zet je het voltooid deelwoord, bestaande uit ge + de vorm van de tegenwoordige tijd, die meestal overeenkomt met ik-vorm in het Nederlands. Wat hebben wij in het Nederlands toch altijd moeilijk gedoen!


7. Hilarische uitdrukkingen
afrikaans expressions So n bek moet jem kry

Het Nederlands is al rijk aan uitdrukkingen en wat mij betreft komen er daar nog een paar Afrikaanse bij, zoals Hang aan ‘n tak (wacht eens even). Sommige uitdrukkingen kennen we al, zoals ‘n Klap van die windmeul weg hê (een klap van de windmolen krijgen), Alle grappies op ‘n stokkie (alle gekheid op een stokkie) en Dis ‘n feit soos ‘n koei (dit is een waarheid als een koe). Andere lijken erg op Nederlandse uitdrukkingen maar zijn net een beetje anders, zoals ‘n Aap in die mou hê (een aap in mouw hebben) of Die aap uit die mou laat (de aap uit de mouw laten).

Veel van die uitdrukkingen uit het Afrikaans verwijzen naar dieren. Je moet niet aan de kip schudden als je niet wil overdrijven (Moenie die hoender ruk nie), maar als je overmoedig of arrogant wordt krab je wellicht aan de ballen van een grote leeuw (Jy krap met ‘n kort stokkie aan ‘n groot leeu se bal). Als je op voorhand al problemen ziet, haal je de baviaan vanachter de heuvel (Die bobbejaan agter die bult vandaan haal) en wie zoekt naar een worst in een hondenhok, zoekt naar iets wat er niet meer is (Wors in die hondestal soek). Als dat je veel moeite gekost heeft en niets heeft opgeleverd, zou je tot slot kunnen zeggen dat de bergen een muis gebaard hebben (Die berge het ‘n muis gebaar).


Met deze zeven handige en leuke eigenschappen van het Afrikaans heb ik je misschien amper (bijna, en niet nauwelijks!) ‘n gat in die kop gepraat. Welke uitdrukkingen, woorden of grammatica van het Afrikaans zou jij graag zien in het Nederlands? Laat het weten in een reactie!

Bronnen:

100x de leukste Afrikaanse woorden, Kaapstadmagazine.
25 hilarious idioms in Afrikaans that should exist in English, The Intrepid Guide.
64x de meest misleidende Afrikaanse woorden, Kaapstadmagazine.
Afrikaans, Wikipedia.


One Comment on “Zeven redenen om het Afrikaans te omarmen”

  1. Super leuke blog Rich! Ik ben wel voorstander om Nederlands te laten zoals hij is, maar driehoekiedoekie (xD) en
    Dis ‘n feit soos ‘n koei vind ik erg leuk!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *