In elke aflevering van de serie Tokidoki (Japans voor “soms”) geeft cabaretiere en schrijfster Paulien Cornelisse ons een inkijkje in de Japanse samenleving aan de hand van een Japans woord. Het eerste woord van de vierdelige serie is Yugen, waarvan het eerste karakter spook of geest betekent en het tweede duister en mysterieus. Een mystiek gevoel van eenwording met de natuur, bij voorkeur in een mistig woud.

Direct bij aanvang van de eerste aflevering valt de kijker met de neus in de boter: Paulien, gekleed in een wit gewaad, stapt tijdens een spirituele excursie onder leiding van een shintoïstische priester onder een koude waterval. Yugen ervaart ze daar niet, “het was vooral heel koud”.

“Ik dacht dat als ik de taal maar zou begrijpen, ik ook de Japanners zou begrijpen. Nu denk ik dat je niet alleen maar moet praten, maar ook moet meedoen.” 

De meeste mensen zullen Paulien Cornelisse kennen van haar deelname aan Wie is de mol? in Zuid-Afrika. Anderen hebben misschien weer haar boek Taal is zeg maar echt mijn ding en het vervolg Maar dan nog iets gelezen. Zelf heb ik ook drie van haar theatervoorstellingen bezocht. In de laatste voorstelling, Om mij moverende redenen, mocht ik al kennismaken met Pauliens bijzondere verhouding jegens mos.

Het excentrieke mosclubje waar Paulien met op stap is, praat soms wel zes uur lang over hoe rustig en kalm mos is, dat het al zoveel langer op de wereld is dan de mens en toch zo onaangetast is gebleven. Maar ook voor hen komt er een moment dat ze de trein moeten halen en verder moeten met hun dagelijkse routine. Voor een van hen was het Vadertje Zilvermos die haar ertoe zette om haar stressvolle baan op te zeggen. Niet echt Yugen, wel erg Zen.

“Het idee dat mos er altijd is en daarom een troost kan zijn, dat voel ik precies zo. En als je mos van dichtbij bekijkt, dan lijkt het wel een mistig woud. Dan kun je bijna Yugen voelen.”

Wie veel stress ervaart, kan van de dokter te horen krijgen om te gaan bosbaden: weer een worden van de natuur door in een hangmat te gaan liggen en naar de boomtoppen te staren en “georganiseerd en intens contact leggen met de natuur”. Japanners houden van de natuur, maar in het stadse leven is daar maar weinig ruimte voor. Er zijn parken, uiteraard, maar omgeven door wolkenkrabbers, reclameborden en een spaghetti van wegen zijn zelfs prachtige kersenbloesembomen niet genoeg om dat Yugen-gevoel te ervaren.

“Het hele leven hier in Japan draait er ongeveer om van: wanneer is de kersenbloesem? En nu zijn we er, eigenlijk net iets te laat (…) maar ik vind, en dat vinden de Japanners ook: als je ergens een grondzeil bij kan leggen, dan is het gewoon goed.”

Paulien zelf ervoer het wel, en op een manier zoals alleen Paulien dat kan: in een bos op een mysterieuze berg genaamd “Aso” van het pad af gaan, lichtelijk verdwalen als de schemering inzet en vervolgens je knie verstuiten als je geen hand voor ogen meer kan zien. Ja, dat is ook eenwording met de natuur.

Je kan volgens het shintoïsme ook gestraft worden door de natuur. Als je struikelt, is dat een teken van de natuur om vraagtekens te zetten bij je gedrag. Met dat in het achterhoofd, kun je je voorstellen dat de tsunami van 2011 een behoorlijke tik op de vingers van de natuurgoden was. Paulien bezoekt 7 jaar na dato een dorpje in het getroffen gebied en spreekt met twee overgebleven bewoners. 

“Ik probeer me voor te stellen hoe het hier is als de kersenbloesem in bloei staat. Ik denk dat het er alleen maar eenzamer van wordt. Waarom gaat meneer Okubo niet wég? Wat is hier nog voor hem?”

Als je van Paulien houdt, houd je van deze serie. Anderen zullen zich misschien storen aan haar langzame, soms ietwat diepzinnige en dromerige manier van spreken. Het is langzame televisie over een samenleving waar iedereen met de tijd leeft en waar stress aan de orde van de dag is. Zich hardop afvragend “hoe je in godsnaam” een hoofdband om doet, over natuur reppend terwijl er een auto voorbij rijdt, verstrikt in een struik, bijna vallend uit een hangmat… Dat is Paulien Cornelisse ten voeten uit.

Wat mij misschien nog wel het meeste fascineert, is dat Paulien haar interviews en gesprekken in het Japans voert. Want hoewel wij als kijkers niet “mee kunnen doen”, hebben wij door dat Japans wel het gevoel dat we de Japanner al een stuk beter begrijpen. Of het nu een shintoïstische priester, een mosfanaat of een willekeurige stedeling op een grondzeil in het park is: Paulien knikt voortdurend van ja en de kijker knikt stiekem instemmend mee.

Bron: Aflevering 1: YugenTokidoki, VPRO, 16 september 2018.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *