Deze week mocht ik in aanschuiven bij de première van de Tsjechische opera Jenůfa in De Nationale Opera in Amsterdam. Jenůfa is gebaseerd op een negentiende eeuws toneelstuk van de Tsjechische Gabriela Preissová en bewerkt tot een opera door de eveneens Tsjechische componist Leoš Janáček. Het is een prachtige voorstelling waar vrouwen de hoofdrol spelen in een tragisch verhaal in een filmische setting: een absolute aanrader voor iedereen die niet zo bekend is met opera.

Zoals regisseuse Katie Mitchell ook al zegt, is deze opera bij uitstek heel toegankelijk voor een breder publiek. Mijn eerste échte opera zag ik nog geen maand geleden, eveneens opgevoerd door de Nationale Opera: Die Zauberflötte van Mozart. Net als bij andere, oudere toneelstukken, moest ik bij Die Zauberflötte eerst de samenvattingen van de verschillende aktes lezen om het beter te kunnen volgen. Ook Jenůfa is weliswaar dramatisch en emotioneel en de snelle schakelingen tussen de emoties zijn soms verwarrend en duizelingwekkend, maar zeker niet onrealistisch en daarom goed te volgen. 

Het toneelstuk van Gabriela Preissová is zo meeslepend, dat je na een tiental minuten niet eens meer bewust bent van het feit dat de opera van begin tot eind in het Tsjechisch gezongen wordt. De muziek van componist Janáček is dan ook speciaal voor de Tsjechische intonatie geschreven en het moet bloed, zweet en tranen gekost hebben om deze Slavische taal zo goed fonetisch te benaderen. De boventiteling in zowel het Nederlands als Engels zorgen ervoor dat je toch kunt volgen wat er gezongen wordt, al spreekt de emotie voor zich: de zangers en zangeressen, met Annette Dasch in de hoofdrol als Jenůfa, zingen prachtig Tsjechisch en sleuren je volledig mee in de emoties van hun rollen. 

Het toneelstuk van Gabriela Preissová is niet alleen uniek omdat het door een vrouw geschreven werd in een door mannen beheerste negentiende eeuw en (juist daarom) een verhaal is waar vrouwen op een waardige manier centraal staan. Jenůfa’s knappe toekomstige echtgenoot Steva wordt uitermate ongeschikt bevonden door haar stiefmoeder, maar een kind is al aanstaande en een huwelijk ophanden. Ook Steva’s halfbroer ziet niets in hun huwelijk omdat hij zelf verliefd is op Jenůfa. Uit jaloezie verminkt hij haar in de hoop dat Steva niet langer van haar zal houden. De stiefmoeder houdt Jenůfa gedurende de zwangerschap verborgen, maar als het kind geboren is, blijkt Steva zich al verloofd te hebben met de burgemeestersdochter. Gekweld door liefdesafwijzingen uit haar eigen verleden, besluit de stiefmoeder alsnog het kind te doden: het is haar veel waard om Jenůfa de schande van ongehuwd moederschap te besparen en de hoop te koesteren dat zij dan toch met Laca zal trouwen.

Een van de heftigste scènes is het moment dat Jenufa ontdekt dat haar baby vermoord is door haar stiefmoeder. Juist daar ontvouwt zich de kracht van de muziek van componist Janáček: waar je harde, luide muziek met hoge noten zou verwachten, is de muziek juist zacht en rustig. Over het algemeen is de muziek juist heftig en emotioneel, zoals je van een opera mag verwachten. Dirigent Tomáš Netopil en het Nederlands Philharmonisch Orkest brengen het verhaal tot leven en geven emoties een soms onverwachte twist.

Het tragische verhaal speelt zich af op de achtergrond van het Moravische boerenleven, met prachtige decors naar ontwerpen van Lizzie Clachan. De drie prachtige decors in jaren-vijftigstijl van de drie verschillende akten maken de opera heel filmisch: het is bijna alsof je naar een filmset in plaats van een podium kijkt. De Techniek van de Nationale Opera heeft behalve de prachtige kamers met meubels, ook voor elk seizoen waarin het verhaal zich afspeelt een bijzondere en echtlijkende buitenomgeving gecreëerd, met sneeuw en zonlicht en vergezichten op de horizon die zichtbaar zijn vanuit de ramen van de caravans. De continuïteit in de drie decors uit zich in niets minder dan het het toilet, een ruimte waar de personages zich tijdens heftige scenes terugtrekken en hun twijfels of radeloosheid bezingen.

Er kleeft alleen één groot nadeel aan opera’s en dat is de prijs. Voor een eersterangs kaartje ben je al tussen de honderdtien en honderddertig euro kwijt. Vanwege het decor van met name de eerste akte is het niet raadzaam om een goedkoop plekje aan de zijkanten van de balkons te kopen, want dan zal je een bepaalde hoek van het toneel niet goed kunnen zien. Kies je plek dus goed uit en wees snel: een opera wordt maar een paar keer opgevoerd en is tot en met 25 oktober in het Nationale Opera en Ballet in Amsterdam te zien. 

Vanaf het eerste balkon rechts, met zicht in de orkestbak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *